glasplex





dimitri vangrunderbeek

kijken - herkijken, 2013 / two versions of chair (white lacquered), 1993 - 2013 / tracing form and tracing space / the content of my studio in 1996, 2012 / physically experienced time, 2012 / schikken en herschikken / tracing form / studio project - inventive thinking, 2010 / variations on a grid structure, 2006 - 2009 / walking circles on a sand carpet, 2005 / walking around groene schijn, muhka, 2002 / het schilderen van ruimte
about ————————————— biography / work / cv / bibliography
contact







[from ‘Surfacing’ The Studio Meets Artis by Pauline’t Hoen]
What happens in the Brussels studio of Dimitri Vangrunderbeek? Here is being collected, tried-out, and reflected. Looked at, analyzed, enjoyed. Things which don’t turn out according to what he had in mind are mercilessly being rejected. The material is being stored for the next project, and will maybe only be used years later.
What does he have in mind? Effecting space. In all kinds of ways and with a diversity of often unexpected materials.
His earliest inspiration source is still not exhausted: furniture in different guises. This is a result of having been brought up between imported Scandinavian furniture; Of as a kid having been used to pack, assemble and deliver furniture as well as assisting in placing them in space.
After having attended different art schools in Belgium Vangrunderbeek leaves for the Royal College in London in the early nineties. He makes installations with furnitures which he considers as raw sculptural material. Perfect to saw, cut and pulverize; Suited to wrap and box; ‘box in‘he calls it. Furnitures in boxes with openings so that fragments remain visible and the whole gets a poetic power. A precious back of a chair that you only see a glimpse of. A foot made of brilliant wood that makes you curious to see the rest. A part of an inviting but inaccessible seat. Vangrunderbeek always makes interventions that ask for a reconstruction in the spectators mind.

[from an interview with Hans Theys]
Ik heb mij lang afgevraagd of ik het in de eerste plaats wilde hebben over de stoel of over het abstracte materiaal van de box, tot ik begreep dat de stoel en het materiaal elkaar in evenwicht houden. Het komt erop aan een juist evenwicht te vinden. Het nieuwe werk voor het Muhka, bijvoorbeeld, waar ik de cilinder van de ronde zaal wil doorsnijden met een schuinoplopende schijf van polyspan. Schijf en ruimte zullen elkaar in evenwicht houden. Zo’n tentoonstelingsruimte of zo’n stoel, dat is eigenlijk juist hetzelfde. Het gaat om het contrast tussen de stoel als gegeven, als een site specific ding, en de vorm of het materiaal dat je eraan toevoegt. Ik ga geen vezelplaat of multiplex op een tapijt leggen of een betonnen structuur rond een stoel bouwen De schijf in het Muhka zal oplopen van knie-naar schouderhoogte. Met een beetje geluk zal het lijken alsof je in de zaal wordt gezogen. Je zal de neiging hebben op de schijf te gaan lopen. Eigenlijk wil je daar gaan op staan, zoals de mensen ook de neiging hebben op de met gips ingesmeerde fauteuils te gaan zitten. Je wordt fysiek aangetrokken en uitgenodigd voor een soort gebruik van de ruimte of het voorwerp, maar tegelijk wordt je tegengehouden. Ik herinner mij een werk van Bruce Nauman over de zelfde ervaring. In een lege ruimte hoor je een stem die je vraagt de ruimte te verlaten. ‘Ga weg! Ga weg!’ Misschien wordt je ook uitgenodigd door de stem, dat weet ik niet meer. In mijn herinnering wordt ik uitgenodigd door de lege ruimte en weggestuurd door de stem. Voor mij is dit een prachtige uitwerking van een primordiale, sculpturale ervaring, namelijk dat ruimtes, voorwerpen en materialen aangekleed en ontmanteld willen worden, gevuld en leeggemaakt, gecombineerd en uiteengehaald, en dat ze ons tegelijk aantrekken en afstoten, verleiden en verwerpen.

vingertje